Tussen Groningen en Assen ligt het laatste echte beekdallandschap van Nederland: de Drentsche Aa. Kronkelende beekjes, glooiende essen en eeuwenoude dorpjes maken dit Nationaal Landschap tot een van de mooiste natuurgebieden van het land — en vanuit Zeijen ligt het zo voor je.
Nederland heeft niet veel landschappen meer over die nooit zijn rechtgetrokken, ingepolderd of volgebouwd. De Drentsche Aa is er één van — en misschien wel de mooiste. Dit beekdal tussen Groningen en Assen is uitgeroepen tot Nationaal Landschap en geldt als een van de op te dragen kandidaten voor UNESCO-erkenning vanwege de unieke combinatie van natuur, landbouw en cultuurhistorie. Voor wandelaars, fietsers en iedereen die houdt van een traag, groen landschap is dit een van de hoogtepunten van Drenthe.
Wat maakt de Drentsche Aa zo bijzonder?
De Drentsche Aa is een van de laatste beken in Nederland die nog op natuurlijke wijze door het landschap meandert, zonder dat de loop is rechtgetrokken of vastgelegd in beton. Het water volgt nog steeds de bochten, zandbanken en laagtes die de natuur zelf heeft gevormd. Rondom de beek liggen essen — hoger gelegen akkers die al eeuwenlang door boeren worden bewerkt — afgewisseld met hooilanden, broekbosjes en heideresten op de flanken van het dal.
Het resultaat is een landschap dat constant van karakter verandert: open weilanden met grazende koeien, dan weer een schaduwrijk bospad langs het water, en even later een glooiende es met uitzicht over het hele dal. Deze afwisseling op kleine schaal is precies wat de Drentsche Aa zo herkenbaar en bijzonder maakt.
Wandelen door het beekdal
Het beekdal van de Drentsche Aa is doorkruist met wandelpaden van uiteenlopende lengte. Korte routes van een uur voeren je langs een stuk beek en een paar essen; lange-afstandswandelaars kunnen delen van het Drentsche Aa-pad volgen, dat het hele stroomgebied doorkruist. Kenmerkend voor vrijwel elke route is de combinatie van smalle bospaadjes, graspaden langs het water en uitzicht over de essen.
Populaire vertrekpunten liggen rond de dorpjes Schipborg, Anloo, Gasteren en Loon — elk met eigen toegangswegen tot het beekdal en eigen sfeer. Wie van Zeijen komt, fietst of rijdt binnen een kwartier naar een van deze startpunten en kan daar een rondje van een uur tot een halve dag uitstippelen.
Fietsen langs de Drentsche Aa
Ook op de fiets is de Drentsche Aa een aanrader. De route volgt grotendeels rustige landweggetjes en vrijliggende fietspaden langs de essen en het beekdal, met steeds een ander uitzicht: de ene keer fiets je tussen de koeien door, de andere keer langs een rietkraag waar de beek net zichtbaar is tussen het groen. Omdat het gebied vlak is en de afstanden tussen de dorpjes klein zijn, is het ook met kinderen of op een gewone fiets goed te doen. Voor wie meer kilometers wil maken, is het beekdal eenvoudig te combineren met een rit naar het Zeijerveld of de Zeijerstrubben.
De dorpjes langs de beek: Schipborg, Anloo, Gasteren en Loon
Wat de Drentsche Aa extra waarde geeft, zijn de kleine dorpjes die al eeuwen onderdeel zijn van dit landschap. Anloo, met zijn karakteristieke kerkje op de brink, geldt als een van de oudste nederzettingen van Drenthe. Schipborg en Gasteren liggen midden in het beekdal en zijn ideale start- of pauzepunten voor een wandeling. Loon is bekend van zijn brink met monumentale boerderijen. Geen van deze dorpjes is groot of toeristisch ingericht — en dat is precies wat ze de moeite waard maakt: je loopt er zo doorheen, maar voelt meteen de rust en de geschiedenis die er hangt.
Planten en dieren spotten in het beekdal
De afwisseling van water, hooiland, bos en heide maakt de Drentsche Aa rijk aan planten en dieren. In het voorjaar en de vroege zomer kleuren de hooilanden met dotterbloemen, orchideeën en pinksterbloemen. Langs het water broeden ijsvogels, en met een beetje geluk zie je reigers, reeën of zelfs een ree die het beekje oversteekt. Voor vogelaars is vroeg in de ochtend het mooiste moment: dan is het stil en actief tegelijk.
Beste seizoen om de Drentsche Aa te bezoeken
De Drentsche Aa is het hele jaar door de moeite waard, maar elk seizoen heeft zijn eigen sfeer. In het voorjaar staan de hooilanden vol bloemen en is de natuur op zijn levendigst. De zomer is ideaal voor lange wandel- en fietstochten met veel daglicht. In de herfst kleuren de bossen langs het beekdal goudbruin, en in de winter, als de essen kaal zijn en er soms mist over het water hangt, krijgt het landschap een bijna sprookjesachtige rust.
Overnachten dichtbij de Drentsche Aa
Vanuit Zeijen is de Drentsche Aa binnen een kwartier rijden of binnen een goede fietstocht te bereiken — dichtbij genoeg om er een hele dag aan te besteden, maar ver genoeg van de drukte om 's avonds in volledige rust terug te keren. Huis ter Huynen biedt in Zeijen twee privé lodges, Lodge De Heide en Lodge De Eik, allebei met een eigen terras en hottub. Na een dag wandelen of fietsen langs de beek is er weinig fijner dan terugkomen op je eigen plek, zonder gedeelde ruimtes of receptie — gewoon de rust van het beekdal die nog even doorklinkt op je terras.
De lodges zijn beschikbaar vanaf 1 januari 2027. Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang als eerste de vroegboekkorting.
Schrijf me in →